Een bankier belt. Zijn cliënt zit in zwaar weer. Het familiebedrijf — actief in financiële dienstverlening en vastgoed — overleeft, maar nauwelijks meer dan dat. De bank heeft een aanvraag voor extra financiering ontvangen. Ze stellen zich terughoudend op. Wat ze willen: een toekomstgericht ondernemingsplan, een investeringsplan — en nieuwe energie aan de top. Een week later zitten vader, zoon en financieel directeur bij ons aan tafel. Het gesprek is aftastend. Ze zoeken een algemeen directeur van buiten. Iemand die hen meeneemt naar de toekomst. Wat later in het gesprek duidelijk wordt: het geheel moet sterk genoeg zijn om de bank over de streep te trekken. Het vertrouwen groeit. In een volgende sessie — letterlijk aan de keukentafel — wordt het profiel vastgesteld. We werven onder de radar. Uiteindelijk start een vrouwelijke directeur. Ze heeft de vereiste vakkennis én begrijpt de dynamiek van een familiebedrijf. Onder haar leiding komt er een gedegen strategie. De bank accordeert de financiering. En het bedrijf draait als nooit tevoren.
Soms begint een nieuwe koers met één telefoontje.