Via ons netwerk word ik gevraagd vertrouwelijk te praten met een DGA in de aannemerij. Vrijblijvend. Geen opdracht, geen agenda. Hij had dit al eens eerder geprobeerd. Tien jaar geleden. Een externe directeur aangesteld om het bedrijf verkoopklaar te maken, zodat hijzelf kon terugtreden naar de RvC. Het liep mis. Te snel, te veel op het eindresultaat gefocust, te weinig oog voor cultuur. De DGA moest zelf weer op de bok — en deed dat jarenlang. Nu nadert het moment opnieuw. Maar de littekens zijn zichtbaar. In ons eerste gesprek voel ik de terughoudendheid. Argwaan. Angst dat het weer misgaat. Op de terugweg bel ik hem vanuit de auto. Ik deel mijn gevoel: we hebben gesproken, maar de kern is nog niet op tafel gekomen. Spot on, zegt hij. Er volgen nog drie gesprekken. Geen haast. Geen formats. Gewoon bouwen aan vertrouwen. Uiteindelijk krijgt Fyne de opdracht: benoem de nieuwe directeur — en doe het ditmaal goed. In een discreet proces, ver van de markt, is dat gelukt.

 

Soms is het vierde gesprek het eerste echte.